Volgens de Europese dienst voor statistiek is de spaarquote van de huishoudens in de eerste drie maanden van het jaar versneld tot 21,5 procent, de op een na hoogste waarde in de tijdreeks, die in 1999 is gestart (na een piek van 25,0 procent in het tweede kwartaal van 2020), tegen 16,8 procent op jaarbasis en 19,5 procent in het voorgaande kwartaal.

Eurostat schrijft deze stijging toe aan de daling van de consumptie van de huishoudens (-1,2 procent), terwijl het bruto beschikbaar inkomen van de huishoudens is gestegen (1,4 procent), in vergelijking met de laatste drie maanden van 2020.

Tegelijkertijd is de investeringsquote van de huishoudens in de eurozone in het eerste kwartaal van 2021 gestegen tot 9,2 procent, de hoogste waarde sinds 2011, tegen 8,8 procent in dezelfde periode en 9,1 procent in de voorgaande periode.

De ketenstijging van de investeringsquote van de huishoudens is toe te schrijven aan de stijging van de bruto-investeringen in vaste activa met 2,0 procent, terwijl ook het bruto beschikbaar inkomen versnelt, maar in een trager tempo (1,4 procent).

Wat de bedrijven betreft, is de winstmarge tussen januari en maart gestegen tot 41,2 procent (38,3 procent in hetzelfde kwartaal en 40,8 procent in het voorgaande kwartaal).

De bedrijfsinvesteringen in de eurozone bedroegen 23,9 procent, tegen 25,1 procent in het eerste kwartaal van 2020, maar boven de 23,4 procent die tussen oktober en december werd geregistreerd.