Aanvankelijk was ik van plan te schrijven over het "Arabische probleem", omdat er in de Arabische wereld geen enkele functionerende democratie is. De presidentiële staatsgreep van deze week in Tunesië heeft waarschijnlijk een einde gemaakt aan de democratie in het enige land dat die democratie tijdens de "Arabische lente" van 2010-11 daadwerkelijk heeft verwezenlijkt.

Egypte werd een tijdje democratisch, maar dezelfde mensen die in 2011 in Caïro de geweldloze revolutie veroorzaakten, verwelkomden in 2013 de staatsgreep van generaal Sisi omdat de kandidaat van de Moslimbroederschap het presidentschap won. Evenmin maakten zij bezwaar toen de troepen van Sisi vervolgens naar schatting 4000 vreedzame aanhangers van president Morsi in de straten afslachtten.

In Syrië, Jemen en Libië zijn pogingen tot democratische revoluties uitgelopen op vreselijke burgeroorlogen - en nu is Libanon, dat het grootste deel van de voorbije eeuw het dichtst bij een Arabische democratie kwam (hoewel het altijd disfunctioneel was), aan het instorten. In een ooit welvarend land staan veel mensen op het punt te verhongeren, en wanhopige Syrische vluchtelingen keren terug naar het regime van Assad.

Ik denk dat het Libanon was dat me op dit spoor zette. We gingen er een paar jaar geleden heen omdat ik wilde dat mijn vrouw het oude Libanon zou zien voordat ISIS over de bergen kwam en het verwoestte, maar dat is uiteindelijk niet gebeurd. In plaats daarvan deden ze het zichzelf aan. Waarom is de Arabische wereld vervloekt?

Maar dat is te melodramatisch. De Arabische wereld is een buitenbeentje, maar niet erg ver. Neem de Filipijnen, de erfgenaam van niet één maar twee geweldloze democratische revoluties en een echte democratie vandaag - met een president die vijf jaar geleden wettelijk werd verkozen en binnenkort vreedzaam zijn ambt zal neerleggen aan het einde van zijn één toegestane termijn.

Rodrigo Duterte is ook, naar hij zelf toegeeft, een massamoordenaar wiens doodseskaders duizenden mensen hebben vermoord. Sommigen waren echte drugsdealers en sommigen waren "vals-positieven", maar zoals hij waarschijnlijk zou zeggen, je kunt geen omelet maken zonder eieren te breken.

En in al die tijd is Duterte's publieke goedkeuring nooit onder de 70% gezakt. Er zijn veel mensen die een 'sterke' leider zullen bewonderen, zelfs als hij een moordenaar is.

Echte moordenaars buiten beschouwing gelaten, is het 'alfamannetje' nog steeds succesvol in veel landen die formeel democratisch zijn: Poetin in Rusland, Orban in Hongarije, Erdoğan in Turkije. Zelfs echte democratieën met een lange staat van dienst kunnen worden verleid door een "groot" leider, zoals De Gaulle in Frankrijk. (Nee, ik weet niet waar Trump in dit pantheon past).

En toch hebben we tegelijkertijd landen die zelfs onder grote druk democratisch blijven, zoals de democratie van Brazilië onder aanval van Bolsonaro, Zuid-Afrika onder Zuma (en tijdens zijn recente aanval op de rechtsstaat), of Indonesië sinds Soeharto. De vraag is niet waarom democratie faalt of waarom zij slaagt. De vraag is waarom het allebei lukt?

De enige mensen die plausibele antwoorden hebben, zijn de mensen die de menselijke natuur bestuderen: de psychologen en sociologen, natuurlijk, maar nog belangrijker (omdat zij het probleem bij de wortel aanpakken) de antropologen, de primatologen en de ethologen. En velen van hen zullen beweren dat het menselijk ras een dubbele erfenis heeft.

Wij zijn lid van de primatenfamilie en staan bijzonder dicht bij de chimpansees, wier kleine samenlevingen over het algemeen tirannieën zijn, geleid door een alfamannetje. De andere leden van de groep hebben sterke onderdanige reflexen om hen tegen zijn intimidatie te beschermen (maar terzelfder tijd sluiten de ondergeschikte mannetjes voortdurend allianties en proberen zij hem te onttronen).

Maar onze eigen soort, de homo sapiens, heeft waarschijnlijk het grootste deel van zijn loopbaan in volkomen egalitaire groepen van minder dan honderd mensen geleefd. Zij hadden geen formele leiders, zij namen hun beslissingen bij consensus, en zij deelden bijna alles. Hoe weten we dat? Omdat alle jager-verzamelaars die in het recente verleden overleefden, zo leefden.

Twee erfenissen: de autocratische en de egalitaire. We hebben ze allebei, en we kunnen tussen beide wisselen, maar de standaardmodus is waarschijnlijk egalitair (d.w.z. democratisch), omdat dat de manier is waarop we het grootste deel van ons menselijk verleden hebben doorgebracht.

Toen we zo'n vijfduizend jaar geleden in massamaatschappijen begonnen te leven ('beschaving', zoals we het noemden), moesten we een tijdje autocratisch worden, omdat je een groep met duizenden of zelfs miljoenen mensen niet op basis van consensus kon besturen. Er was zelfs geen manier om iedereen bij de discussie te betrekken.

Dus vijfduizend jaar van tirannie - maar zodra we massacommunicatie kregen (om te beginnen alleen de boekdrukkunst), begon het egalitaire model terug te komen, omdat we ons er meer bij op ons gemak voelden.

We noemen het nu democratie, en het betekent zeker geen absolute gelijkheid. Het betekent wel dat de verschillen in rijkdom en macht niet te groot mogen worden, anders stort de hele structuur van instemming in en zijn we terug bij autocratie. Niettemin is democratie de standaardmodus.