Het mijnbouwbedrijf heette DeepGreen, maar is bezig een grotere entiteit te worden die eenvoudigweg The Metals Company heet. De arme mensen zijn de elfduizend inwoners van Nauru, een piepklein onafhankelijk eiland in het westelijk deel van de Stille Oceaan zonder zichtbare middelen van bestaan.

En de traag bewegende, verre regelgevers zijn de op Jamaica gevestigde Internationale Zeebodemautoriteit (ISA), een orgaan dat in 1994 in het kader van het VN-Zeerecht werd opgericht om de activiteiten op de zeebodem te regelen in de gebieden die buiten het bereik van nationale wetten vallen (d.w.z. het grootste deel van de planeet).

In principe is de belangrijkste taak van de ISA de mijnbouw op die zeebodem te controleren, maar tot dusver heeft zij alleen exploratievergunningen afgegeven. Niemand wilde aan echte mijnbouw doen, en de zaken zijn zo traag verlopen dat na 27 jaar nog niet eens de laatste hand is gelegd aan de regels die voor diepzeemijnbouw zouden moeten gelden.

Maar vitale nieuwe technologieën, van mobiele telefoons en computers tot batterijen voor elektrische voertuigen en energieopslag, hebben nu een enorme vraag gecreëerd naar kobalt, nikkel, koper, mangaan en zeldzame aardmetalen - allemaal te vinden in enorme hoeveelheden in 'polymetallische knollen' ter grootte van een aardappel op sommige delen van de diepzeebodem.

Dus ging DeepGreen samenwerken met de president van Nauru, Lionel Aingimea, wiens land exclusieve zeggenschap heeft over 75.000 vierkante km zeebodem in de Clarion-Clipperton Zone van de noordelijke Stille Oceaan (tussen Hawaii en Mexico), en vertelde de ISA op 30 juni dat het binnen twee jaar wil beginnen met het ontginnen van het gebied.

Het mooie van deze strategie is dat als de ISA haar lang uitgestelde "Mijnbouwcode" niet binnen twee jaar na ontvangst van een dergelijk verzoek heeft voltooid, het land dat het verzoek indient gewoon zijn gang kan gaan en kan beginnen met mijnbouw volgens de huidige (bijna onbestaande) regels.

Je moet wel medelijden hebben met Nauru. Het is slechts zo groot als Manhattan tot aan 42nd Street, en 80% van dat piepkleine grondgebied is in de 20e eeuw door koloniale mogendheden gestript voor fosfaatwinning. Bijna de helft van de bevolking heeft diabetes type 2 (70% heeft obesitas), en er zijn geen noemenswaardige hulpbronnen meer over.

Je hebt minder medelijden met het in Vancouver gevestigde DeepGreen, dat gewoon veel geld wil verdienen, maar CEO Gerard Barron weet wel van wanten: "De wereld is massaal bezig om af te stappen van fossiele brandstoffen, en wat hebben we nodig als we dat willen doen? We moeten een heleboel batterijen bouwen.

Hij noemt de polymetaalknollen "batterijen in een rots", maar zo eenvoudig is het niet. De knollen worden in een slurry van zeewater en sediment door enorme onderzeese machines van wel 6.000 meter diep opgezogen, naar de oppervlakte gebracht in een reusachtige stijgbuis en vervolgens gescheiden van het sediment en het zeewater (dat weer naar de bodem wordt gepompt).

"We verwachten slechts 5 cm onderzees sediment mee te voeren en meer dan 90% van dit sediment weer op de zeebodem terug te brengen," aldus Barron, "We verwachten dat het grootste deel van dit sediment zich binnen enkele uren tot dagen weer zal vestigen op tientallen tot duizenden meters van de oorsprong."

"Het sediment in de abyssale vlakte slaat 15 keer minder koolstof op dan gemiddeld op het land en er zijn geen mechanismen bekend waardoor deze koolstof vanaf 4 km diepte in de atmosfeer kan vrijkomen," voegt hij eraan toe, dus hij is niet de ouderwetse smash-and-grab mijnbouwpromotor.

Maar waarom heeft Barron zo'n haast? Misschien omdat DeepGreen The Metals Co. naar de Nasdaq beurs wil brengen en enige 'vooruitgang' moet laten zien aan potentiële investeerders. Maar het DeepGreen/Nauru initiatief heeft een reactie uitgelokt die betekent dat er waarschijnlijk de komende vijf jaar geen echte mijnbouw zal plaatsvinden. Waarschijnlijker is tien jaar.

Meer dan 450 mariene wetenschappers en beleidsdeskundigen uit 44 landen hebben op het DeepGreen/Nauru-initiatief gereageerd door een verklaring te ondertekenen waarin wordt opgeroepen tot een onmiddellijk moratorium op diepzeemijnbouw. Grotere regionale landen zoals Papoea-Nieuw-Guinea, Vanuatu en Fiji hebben opgeroepen tot een voorzorgspauze voor diepzeemijnbouwactiviteiten.

Grote potentiële afnemers van diepzeemetalen zoals BMW Group, Volvo Group en Samsung SDI (batterijfabrikanten) hebben verklaard dat zij geen mineralen van de zeebodem in hun toeleveringsketens zullen toelaten zolang niet duidelijk is dat deze vanuit milieuoogpunt verdedigbaar zijn.

Misschien zullen we uiteindelijk aan diepzeemijnbouw moeten doen, want voor de omschakeling van fossiele brandstoffen naar duurzame energie zullen we zeker heel wat van die metalen nodig hebben. Maar er is nog veel ruimte voor verbetering op het gebied van recycling, en als dat niet genoeg is, moeten we nog steeds de milieukosten afwegen van activiteiten op de zeebodem versus mijnbouw op het land.

Een moratorium is zeker de juiste weg, en DeepGreen heeft dat onbedoeld waarschijnlijker gemaakt.