Maar overal elders hebben ze gefaald, en de hele islamitische ideologie wordt langzamerhand oud.

Revolutionaire ideologieën bloeien zelden op nadat zij de vijftig zijn gepasseerd.

In de media wordt momenteel veel gepraat over hoe de overwinning van de Taliban gelijkgezinde groepen elders zal inspireren en zal leiden tot een sterke stijging van het aantal terroristische aanslagen. Voor een deel is dit gewoon journalistieke paniekzaaierij, maar verschillende militaire en politieke belangengroepen zullen dit idee ook voor hun eigen doeleinden propageren.

Binnenkort zullen we dus worden aangespoord om een nieuwe "oorlog tegen het terrorisme" te beginnen. Deze zou niet zo groot, lang en contraproduktief zijn als de eerste, maar er zou veel tijd en geld en veel levens worden verspild als hij van de grond zou komen. Zie dit dus als een aide-memoire over waarom dat een zeer domme stap zou zijn.

De Taliban zijn Afghanen, natuurlijk, maar islamistisch terrorisme is in de eerste plaats een verschijnsel van de Arabische wereld. Dat is het deel van de moslimwereld waar de heersers het meest schaamteloos wreed en corrupt zijn. Veel Arabieren hebben zich aangetrokken gevoeld tot het islamisme als een mogelijke manier om die verrotte regimes te vervangen - en sommigen van hen hebben geconcludeerd dat alleen geweld de islamisten aan de macht kan brengen.

Daar is niets opmerkelijks aan. Een hele generatie antikoloniale revolutionairen in Afrika en Azië kwam tot een soortgelijke conclusie en omarmde de marxistische ideologie als hun excuus voor geweld en als een pseudo-religieuze garantie voor overwinning. Het grote verschil is dat zij wonnen (en daarna het marxisme meestal achterwege lieten) - terwijl in de Arabische wereld bijna overal nog corrupte tirannen aan de macht zijn.

In Saoedi-Arabië, de Golfstaten, Jordanië en Marokko regeren nog steeds dezelfde uitverkochte heersende families. Militaire regimes zoals Syrië, Egypte en Algerije, die het resultaat zijn van bloedige staatsgrepen, smoren het volksprotest resoluut in de kiem. De frustratie en woede onder de bevolking zijn intens.

Een minderheid van de Arabieren gelooft daarom in het islamitische argument dat de deplorabele staat van de Arabische wereld te wijten is aan het feit dat moslims er niet in slagen hun leven te leiden zoals God het wil - in de radicale versie van de islamitische naleving waarvan de islamisten geloven dat het de enige juiste interpretatie van Gods wil is.

De oplossing voor de huidige benarde toestand van de moslimwereld is daarom het installeren van revolutionaire islamitische regimes die deze versie van Gods wil aan de bevolking zullen opleggen, waarna zij met Gods hulp zullen beginnen te winnen. Er zal een verenigde moslimwereld ontstaan die haar huidige ketenen zal doorbreken, grote macht en welvaart zal bereiken - en in sommige versies de hele wereld tot de islam zal bekeren.

Een aantrekkelijke visie voor veel Arabieren die de wanhoop nabij waren, en de jaren '70, '80 en '90 waren gevuld met pogingen tot islamistische revoluties van Algerije tot Saudi-Arabië - die allemaal mislukten. De islamisten slaagden er nooit in voldoende mensen ervan te overtuigen dat deze droom het waard was om voor te sterven. Dus rond 1999 kwam een islamitische leider genaamd Osama bin Laden met een nieuwe strategie.

De enige manier om voldoende moslims achter de islamistische droom te krijgen, zo geloofde hij, was het uitlokken van een directe aanval op de islam door de ongelovigen. En de enige manier om de luie ongelovigen te motiveren de hun toebedeelde rol in deze strategie te spelen, was hen rechtstreeks aan te vallen - niet om hen te veroveren, wat onmogelijk was, maar om hen ertoe te bewegen moslimlanden binnen te vallen.

Dat was de strategie achter de aanslagen van 11 september, en ze slaagde zelfs boven de verwachtingen van Bin Laden. De woedende Verenigde Staten riepen de "oorlog tegen het terrorisme" uit en vielen niet één maar twee moslimlanden binnen, Afghanistan en Irak. Het eerste had weinig te maken met 9/11 en het tweede helemaal niets, maar de invasies hadden het effect waar Bin Laden naar streefde.

Twintig jaar later zijn de voordelen voor de islamistische zaak echter vrij beperkt. De Taliban zijn eindelijk terug aan de macht in Afghanistan, en er was een interval waarin "Islamitische Staat" (ISIS) een groot deel van Irak controleerde en zelfs uitbreidde naar Syrië, maar er is nog steeds geen enkel revolutionair islamistisch regime in de Arabische wereld.

De voor de hand liggende conclusie is dat deze strategie definitief heeft gefaald. Zelfs met de hulp van westerse invasies en de "War on Terror" zijn de islamisten er niet in geslaagd voldoende Arabieren ervan te overtuigen dat zij de juiste oplossing zijn voor de problemen van de Arabische wereld.

Er zullen ongetwijfeld nog vele jaren verspreide islamistische terreuraanslagen plaatsvinden, zowel binnen als buiten de Arabische wereld, hoewel waarschijnlijk geen enkele zo dramatisch als 11 september. Maar het idee dat de machtsovername door de Taliban in Afghanistan zal leiden tot een enorme nieuwe golf van islamistisch terrorisme is absurd.

De overwinning van de Taliban was jaren geleden al bij voorbaat verdisconteerd, en het idee om invasies van de VS uit te lokken als rekruteringsinstrument voor islamistische revoluties is nu wel erg oud. Zelfs Washington doorziet het.