Volgens het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ): "De nationale wetgeving waarborgt niet dat ingevoerde gebruikte voertuigen worden onderworpen aan een belasting waarvan het bedrag gelijk is aan dat van de belasting die wordt geheven op soortgelijke gebruikte voertuigen die reeds op de Portugese markt aanwezig zijn".

In 2016 verklaarde het Hof van Justitie dat Portugal niet had voldaan aan zijn verplichtingen om het vrije verkeer van goederen tussen de lidstaten onder normale mededingingsvoorwaarden te waarborgen. Het Hof verklaarde: "Bij de bepaling van het bedrag van de motorrijtuigenbelasting hield het systeem voor de berekening van de waardevermindering van de voertuigen, dat werd toegepast om de belastbare waarde te bepalen van tweedehands voertuigen die vanuit een andere lidstaat in Portugal werden ingevoerd, geen rekening met de waardevermindering van die voertuigen tijdens hun eerste gebruiksjaar of met een waardevermindering van meer dan 52 procent in het geval van voertuigen die meer dan vijf jaar zijn gebruikt".

Volgens de Portugese belastingwetgeving worden de toegepaste belastingtarieven bepaald door de cilinderinhoud en een milieuclausule.

"Portugal beweert te hebben voldaan aan het arrest van 2016 door de code te wijzigen om het aantal schijven te verhogen die worden gebruikt om de afschrijving te berekenen van tweedehands voertuigen die op zijn grondgebied worden ingevoerd. In tegenstelling tot de vorige versie van de code zijn de verlagingspercentages op basis van de leeftijd van het voertuig nu echter alleen van toepassing op de motorinhoud van het voertuig, waarbij de milieucomponent volledig moet worden betaald."

Volgens de Commissie hebben de regels en de berekeningswijze van de belasting tot gevolg dat een uit een andere Lid-Staat ingevoerd tweedehandsvoertuig bijna altijd zwaarder wordt belast dan een vergelijkbaar tweedehandsvoertuig dat in Portugal is geregistreerd, hetgeen leidt tot discriminatie tussen de twee voertuigcategorieën.

Om die reden heeft het Hof verklaard dat Portugal zijn verplichtingen niet is nagekomen.

"Portugal stelt dat deze situatie wordt gerechtvaardigd door de doelstelling van milieubescherming. Het betoogt dat de volledige betaling van de milieucomponent tot doel heeft, de toelating van tweedehandsvoertuigen in Portugal aan een selectief criterium te onderwerpen door uitsluitend milieucriteria toe te passen, in overeenstemming is met het beginsel "de vervuiler betaalt"", aldus het Hof.

"Hoewel het de lidstaten vrij staat om de regels voor de berekening van de registratiebelasting vast te stellen op een wijze die rekening houdt met overwegingen die verband houden met de bescherming van het milieu, moet elke vorm van directe of indirecte discriminatie van importen uit andere lidstaten of elke vorm van bescherming van concurrerende binnenlandse producten worden vermeden."

Een beroep wegens niet-nakoming, gericht tegen een Lid-Staat die zijn uit het recht van de Unie voortvloeiende verplichtingen niet is nagekomen, kan worden ingesteld door de Commissie of door een andere Lid-Staat.

Indien de Commissie van oordeel is dat Portugal nog steeds niet aan het arrest heeft voldaan, kan zij een nieuwe actie voorstellen die eventueel in financiële sancties kan resulteren.