De Europese Raad heeft vandaag een aanbeveling aangenomen over een gecoördineerde aanpak om veilig vrij verkeer tijdens de Covid-19-pandemie te vergemakkelijken.

Volgens de Europese Raad "is deze aanbeveling een reactie op de aanzienlijke toename van het gebruik van vaccins en de snelle uitrol van het digitale Covid-19-certificaat van de EU, en komt zij in de plaats van de vorige aanbeveling. Zij treedt in werking op 1 februari 2022, op dezelfde dag als een gedelegeerde handeling tot wijziging van de verordening inzake het digitale Covid-19-certificaat en tot vaststelling van een aanvaardingsperiode van 270 dagen voor vaccinatiecertificaten".

Nieuwe aanbevelingen

Volgens de nieuwe aanbeveling "moet bij de toepassing van Covid-19-maatregelen rekening worden gehouden met de status van de persoon in plaats van met de situatie op regionaal niveau, met uitzondering van gebieden waar het virus in zeer hoge mate circuleert. Dit betekent dat de Covid-19-vaccinatie-, -test- of -herstelstatus van een reiziger, zoals die blijkt uit een geldig digitaal Covid-19-certificaat van de EU, de belangrijkste bepalende factor moet zijn.

"Een op de persoon gebaseerde aanpak zal de toepasselijke regels aanzienlijk vereenvoudigen en de reizigers extra duidelijkheid en voorspelbaarheid bieden".

De Europese Raad schetst dat een geldig digitaal Covid-19-certificaat van de EU het volgende omvat:

- Een vaccinatiecertificaat voor een vaccin dat op Europees niveau is goedgekeurd indien er ten minste 14 dagen en ten hoogste 270 dagen zijn verstreken sinds de laatste dosis van de primaire vaccinatiereeks of indien de persoon een boosterdosis heeft gekregen. De lidstaten kunnen ook vaccinatiebewijzen aanvaarden voor vaccins die door de nationale autoriteiten of de WHO zijn goedgekeurd.

- Een negatief PCR-testresultaat dat niet meer dan 72 uur voor de reis is verkregen of een negatieve snelle antigeentest die niet meer dan 24 uur voor de reis is verkregen.

- een certificaat van herstel waaruit blijkt dat sinds de datum van het eerste positieve testresultaat niet meer dan 180 dagen zijn verstreken.

In de verklaring wordt benadrukt dat van iedereen die niet in het bezit is van een digitaal Covid-19-certificaat van de EU, kan worden verlangd dat hij vóór of uiterlijk 24 uur na aankomst een test ondergaat. Reizigers met een essentiële functie of behoefte, grenspendelaars en kinderen jonger dan 12 jaar moeten van deze verplichting worden vrijgesteld.

Kaart van EU-regio's

In de verklaring staat verder: "Het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding (ECDC) moet een kaart van de regio's van de lidstaten blijven publiceren waarop het potentiële infectierisico wordt aangegeven aan de hand van een verkeerslichtsysteem (groen, oranje, rood, donkerrood). De kaart moet gebaseerd zijn op het aantal 14-dagen meldingen van gevallen, de vaccinatiegraad en het aantal tests.

"Op basis van deze kaart moeten de lidstaten maatregelen nemen met betrekking tot reizen naar en uit donkerrode gebieden, waar het virus in zeer hoge mate circuleert. Zij moeten met name alle niet-essentiële reizen ontmoedigen en eisen dat personen die uit die gebieden aankomen en niet in het bezit zijn van een vaccinatie- of herstelcertificaat, voor vertrek een test ondergaan en na aankomst in quarantaine worden geplaatst".

Noodrem

"In de nieuwe aanbeveling wordt de noodrem om te reageren op het opduiken van nieuwe zorgwekkende of interessante varianten versterkt. Wanneer een lidstaat beperkingen oplegt naar aanleiding van het opduiken van een nieuwe variant, dient de Raad, in nauwe samenwerking met de Commissie en gesteund door het ECDC, de situatie opnieuw te bezien. De Commissie kan, op basis van de regelmatige beoordeling van nieuw bewijsmateriaal over varianten, ook een bespreking in de Raad voorstellen.

Tijdens de bespreking zou de Commissie kunnen voorstellen dat de Raad overeenstemming bereikt over een gecoördineerde aanpak van het verkeer uit de betrokken gebieden. Elke situatie die leidt tot de vaststelling van maatregelen, moet regelmatig opnieuw worden bezien".

Niet juridisch bindend

Tot slot wordt erop gewezen dat het hier slechts om een aanbeveling gaat en dat deze voor geen van de lidstaten juridisch bindend is, aangezien zij verantwoordelijk blijven voor de uitvoering van de inhoud van de aanbeveling.

De Portugese regering heeft nog geen commentaar gegeven op de vraag of zij deze laatste aanbevelingen zal overnemen.