Anderzijds zijn er ongeveer 18.000 asteroïden van die grootte of groter in een baan rond de zon. Als Dimorphos (de asteroïde in het NASA-experiment) de aarde zou raken, zou de inslag de energie hebben van een waterstofbom van honderd megaton, genoeg om een stad ter grootte van New York te verwoesten.

Meer zelfs, want Dimorphos draait om een veel grotere asteroïde, Didymos genaamd, met een diameter van 780 meter, en ze zouden samen aankomen. Nu hebben we het over bijna niemand die overleeft in een stad ter grootte van Tokio, en verwoesting in een straal van honderd kilometer rondom.

Deze dingen gebeuren natuurlijk niet vaak, maar het zou kunnen. Het Lunar and Planetary Laboratory van de Universiteit van Arizona schat dat er op aarde meer dan drie miljoen inslagkraters zijn met een diameter van meer dan 1 kilometer, hoewel de overgrote meerderheid daarvan begraven ligt onder latere sedimenten.

De grootste asteroïde die de planeet trof, Chicxulub op het Mexicaanse schiereiland Yucatan 66 miljoen jaar geleden, had een diameter van tien kilometer. Deze veroorzaakte de laatste grote uitsterving: de wereldwijde vuurstormen en de vijf of tien jaar durende 'asteroïdenwinter' die daarop volgde (doordat de as de zon blokkeerde) doodden alle niet-aviaanse dinosauriërs en lieten de zoogdieren het overnemen.

Volgens de Planetary Society is de kans dat een asteroïde ter grootte van Dimorphos de aarde treft één op honderd per eeuw. Bovendien weten we niet eens waar 40% van die asteroïden zich bevinden.

Als we kijken naar asteroïden van 30-140 meter, nog steeds groot genoeg om een stad te verwoesten, dan zijn dat er ongeveer een miljoen. Van minder dan 2% daarvan hebben we goede gegevens, maar we weten dat er elke eeuw minstens één de planeet zal raken. NASA en het Europees Ruimteagentschap (ESA) hebben allebei een 'Planetary Defense' kantoor - en zij voeren nu het eerste grote experiment uit.

NASA's Double Asteroid Redirection Test, of DART, is een ruimtevaartuig dat ongeveer 500 kilogram weegt als het volgetankt is, maar het zal een stuk minder wegen als het maandag een kamikaze duik in Dimorphos maakt. Aan de andere kant beweegt het met een snelheid van zes kilometer per seconde, dus de energie die het op de asteroïde overbrengt zal niet te verwaarlozen zijn.

Het voornaamste doel van de oefening is te zien hoeveel dat de baan van de kleinere asteroïde rond zijn primaire, Didymos, kan verschuiven. Het zal niet veel zijn, want de massa van Dimorphos is naar schatting 4,8 miljard kilogram, maar het moet genoeg zijn om binnen enkele weken door grote telescopen te kunnen worden waargenomen.

Over vier jaar, als de Hera-missie van de ESA bij Dimorphos aankomt, moeten we weten hoe groot de krater is en welke vorm hij heeft. Dat zal het groeiende vermoeden bevestigen of weerleggen dat in ieder geval de meeste kleinere asteroïden geen massieve rotsblokken zijn, maar gewoon klompjes puin die zwak bijeengehouden worden door de microzwaartekracht.

Als dat zo is, zijn ze veel gemakkelijker te verplaatsen, want dan duwt de botsing de asteroïde niet alleen in de gewenste richting. Hij zal ook veel puin in de omgekeerde richting spuiten, waardoor het totale momentum dat aan de asteroïde wordt overgedragen wel vijf keer zo groot wordt.

Stap voor stap. Het zal waarschijnlijk een paar decennia duren voordat we zelfs een asteroïde ter grootte van Dimorphos kunnen afleiden van een inslag op aarde en erop kunnen vertrouwen dat hij terechtkomt waar wij hem willen hebben.

Bij grotere, maar veel zeldzamere exemplaren, die waarschijnlijk uit vast gesteente bestaan, zal het veel langer duren om er greep op te krijgen. Toch kunnen we voor het einde van deze eeuw de planeet misschien beschermen tegen alle asteroïden, behalve de allergrootste.

Een "kinetische inslag"-benadering van het probleem, zoals DART, geniet momenteel de voorkeur, maar er worden ook alternatieve technieken overwogen. Een daarvan is het landen van een kleine ionenmotor op een bedreigende asteroïde met voldoende brandstof om een zeer kleine stuwkracht gedurende een zeer lange tijd te handhaven.

Bij een ander voorstel, dat vooral nuttig is als we weinig zicht hebben op de nadering van de asteroïde, zouden onderscheppingsraketten worden gebruikt om de asteroïde enkele uren voor de inslag in een groot aantal kleine fragmenten op te blazen. Veel van de kleinere stukken zouden in de atmosfeer verbranden, en de schade van de rest zou veel minder groot zijn dan die van één enkele massieve rots.

Het zal waarschijnlijk een eeuw duren om een goed verdedigingssysteem te bouwen, maar we gaan tenminste van de theorie over op praktische experimenten.