De meesten weten alleen van schubdieren omdat de Chinezen hun schubben gebruiken voor hun traditionele geneesmiddelen, of voor hun vlees - een delicatesse voor de zeer welgestelden in zowel China als Vietnam. Het gerucht gaat ook dat dit onschadelijke dier verantwoordelijk is geweest voor de Covid-pandemie, wat mij onwaarschijnlijk lijkt. Ik heb echter gelezen dat schubdieren een bron zouden kunnen zijn van de reis van het virus van dieren naar een menselijke pandemie, en hoewel dit een onbewezen pad is, is wat duidelijk is dat herhaald nauw contact met wilde dieren, legaal of illegaal, een risicofactor is voor het overslaan van dierziekten op mensen.

De schubben van het schubdier hebben, net als de hoorn van de neushoorn - een ander product dat illegaal wordt gestroopt - absoluut geen bewezen geneeskrachtige waarde, maar toch worden ze in de traditionele Chinese geneeskunde waarschijnlijk al eeuwenlang gebruikt om te helpen bij kwalen die variëren van borstvoedingsproblemen tot artritis. De schubben worden meestal gedroogd en tot poeder vermalen, dat vervolgens in pillen kan worden veranderd. Het schubdier wordt beschouwd als 's werelds meest verhandelde niet-menselijke zoogdier: elk jaar worden tienduizenden schubdieren gestroopt. Zelfs hun huiden worden gebruikt voor laarzen, riemen en tassen, voornamelijk in de VS en Mexico. De handel in deze dieren is verergerd door een onwaarschijnlijke boosdoener - het internet.

Criminelen kunnen met een vingerknip toegang krijgen tot de wereldmarkt, en ze weten waar ze moeten zoeken.

Door illegale stroperij in China werden in 2019 naar schatting 195.000 schubdieren verhandeld, alleen al voor hun schubben. In juni 2020 zou China de bescherming van het inheemse Chinese schubdier tot het hoogste niveau hebben verhoogd, waardoor een belangrijk achterdeurtje voor de consumptie van de soort in China zou worden gedicht. Bovendien zal de regering blijkbaar niet langer toestaan dat schubben van schubdieren in de traditionele geneeskunde worden gebruikt. Hmm.

Er zijn acht soorten, waarvan vier in Azië, die door de IUCN (International Union for Conservation of Nature) zijn aangemerkt als "ernstig bedreigd" en de overige vier in Afrika zijn aangemerkt als "kwetsbaar", en alle soorten kampen met teruglopende populaties als gevolg van stroperij. Toen het moeilijker werd Aziatische schubdieren te smokkelen, begonnen de illegale handelaars zich te richten op de Afrikaanse schubdieren, en nu zijn alle soorten met uitsterven bedreigd.

Laten we eens een kijkje nemen naar deze vreemde schepsels. Bekend als de 'bewakers van het bos' vanwege hun mieren- en termietenhonger, variëren ze in afmeting van de grootte van een grote huiskat tot meer dan een meter lang.

Ze hebben geen tanden en zijn grotendeels bedekt met schubben, gemaakt van keratine - hetzelfde als onze vingernagels en haren, en dierlijke hoorns. De meeste leven op de grond, maar sommige kunnen in bomen klimmen. Het zijn solitaire dieren met een slecht gezichtsvermogen, die alleen samenkomen om te paren, en zijn vooral 's nachts actief, en scharrelen naar mieren en termieten, vandaar hun bijnaam 'geschubde miereneter'. Met een lange snuit en een nog langere tong, scherpe klauwen voor het uitgraven van termieten- en mierennesten, kunnen ze bij het graven hun neus en oren sluiten om te voorkomen dat mieren binnendringen! Hun verdedigingsmechanisme lijkt op dat van een gordeldier - ze rollen zich op tot een bal en kunnen uithalen met hun staarten die ook bedekt zijn met scherpe schubben, en zijn in staat een stinkende vloeistof af te geven uit een klier aan de basis van hun staart als extra afschrikking voor roofdieren. Het woord schubdier komt van "penggulung", het Maleise woord voor rol - de actie die een schubdier uit zelfverdediging onderneemt.

Er is niet veel bekend over hun natuurlijke geschiedenis en gedrag, en omdat ze solitair en geheimzinnig zijn, schijnt het zelfs niet bekend te zijn hoeveel schubdieren er nog in het wild leven. Wetenschappers en natuurbeschermers trachten de omvang van de populatie te schatten en te bepalen waar ze nog voorkomen. Ze zijn uiterst moeilijk in gevangenschap te houden, en de meeste sterven binnen korte tijd na hun vangst, hoewel sommige het naar verluidt wel 20 jaar hebben uitgehouden, maar er is onvoldoende infrastructuur om gewonde exemplaren te verzorgen. De pangolins moeten daarom in het wild worden gehouden, maar zolang de natuurbeschermingsautoriteiten geen manieren vinden om de illegale stroperij een halt toe te roepen, zal ook dit dier gedoemd zijn hetzelfde lot te ondergaan als de dodo.