Hoewel de regel zelf niet nieuw is, is het aantal documenten dat reizigers aan de grens moeten laten zien wel toegenomen.

Volgens de bestaande regels kunnen bezoekers van buiten de Europese Unie worden gevraagd om aan te tonen dat ze over voldoende financiële middelen beschikken om in hun levensonderhoud te voorzien tijdens hun verblijf. Na een recente verhoging van het Spaanse minimumloon is het bedrag dat reizigers moeten kunnen aantonen ook gestegen.

Britse reizigers die naar Spanje gaan, moeten er rekening mee houden dat ze kunnen worden gevraagd om aan te tonen dat ze genoeg geld hebben voor hun reis. Het huidige minimum is €1.098,90, maar het bedrag stijgt naarmate het verblijf langer duurt, met ongeveer €121 extra voor elke extra dag.

Iemand die bijvoorbeeld tien dagen in Spanje verblijft, moet bewijzen dat hij ongeveer €1.220 beschikbaar heeft.

Reizigers kunnen het bewijs op verschillende manieren leveren, waaronder contant geld, bankkaarten ondersteund door officiële bankafschriften, reischeques of kredietbrieven. Schermafbeeldingen van bankapps of online accounts worden over het algemeen echter niet geaccepteerd als bewijs.

Het advies van het Britse ministerie van Buitenlandse Zaken, gepubliceerd door The Sun, luidt als volgt: "Zorg ervoor dat je toegang hebt tot voldoende geld om al je kosten te dekken wanneer je naar het buitenland reist, inclusief onvoorziene kosten, bijvoorbeeld medische zorg."

De vereiste dateert uit 2021, toen de Brexit-overgangsperiode eindigde en Britse burgers onderworpen werden aan dezelfde inreisvoorwaarden als andere niet-EU-burgers die binnen het Schengengebied reizen.

Hoewel Spaanse grenswachten niet routinematig de financiën van elke bezoeker controleren, hebben ze wel de bevoegdheid om op elk moment om bewijs te vragen. Als een reiziger het vereiste bewijs niet levert, kan hem de toegang worden geweigerd.