Wat begon met het nieuws dat de Spaanse regering in het weekend grensbeperkingen had ingesteld voor Portugezen die het land binnenkwamen, eindigde met een verontschuldiging en een terugdraaiing van het besluit.

De in het weekend goedgekeurde wetgeving, die begin deze week van kracht werd, bepaalde dat toeristen die Spanje binnenkwamen in het bezit moesten zijn van documenten waaruit bleek dat zij een negatieve Covid-19-test hadden, gevaccineerd waren of bewijs hadden dat zij van de ziekte waren hersteld. Deze wetgeving bepaalt ook dat Portugese toeristen die Spanje per auto of trein binnenkomen, aan dezelfde voorwaarden moeten voldoen als toeristen die per vliegtuig of boot reizen.

Het nieuws werd met verwarring ontvangen door de Portugese regering, waarbij President Marcelo Rebelo de Sousa verklaarde dat hij de hele situatie "zeer vreemd" vond.

In zijn toespraak op maandag zei hij: "Ik ben twee dagen geleden uit Spanje gekomen en ik vind het natuurlijk niet alleen vreemd, maar ook heel vreemd dat dit is gebeurd zonder dat de Portugese regering een woord heeft gezegd." Dit bracht hem ertoe eraan toe te voegen dat de regering, indien de situatie zou voortduren, "een wederzijdse regeling" zou moeten overwegen.

Tegen dinsdag had Spanje het standpunt ingenomen dat elke vorm van grenscontrole werd ontkend en in plaats daarvan verwees het naar een maatregel van "willekeurige controles".

Volgens een bericht van Lusa bevestigden de Spaanse autoriteiten dat er "steekproeven" zouden worden uitgevoerd op Spaans grondgebied, maar bleven zij erbij dat reizigers naar het land een negatieve Covid-19-test, een inentingsbewijs of een bewijs van herstel van de ziekte zouden moeten hebben.

Volgens een bron van het Spaanse Ministerie van Volksgezondheid "is het verplicht over de documentatie te beschikken en als er toevallig een steekproef wordt gehouden, moet die worden voorgelegd".

"Dit zal de algemene regel zijn", maar er zullen geen "permanente fysieke controles" aan de landgrenzen zijn, er zullen alleen "willekeurige" inspecties zijn, zoals momenteel het geval is in het kader van het Schengen-akkoord.

Deze certificeringen omvatten destijds een negatieve diagnostische Covid-19 test (gedaan in de voorafgaande 48 uur), die PCR of antigeen kan zijn, een vaccinatiecertificaat of een certificaat van herstel van de ziekte.

De bronnen verzekerden dat aan de landgrens met Frankrijk dezelfde regel wordt toegepast.

Verandering van mening

Later op de dag kondigde de Portugese minister van Buitenlandse Zaken, Augusto Santos Silva, aan dat Spanje de regel zou wijzigen op grond waarvan aan de landgrenzen met Portugal een bewijs van vaccinatie tegen Covid-19 of een negatieve test moet worden overgelegd.

"We hebben gisteren [maandag] 's middags en 's avonds op alle niveaus zeer intensieve contacten gehad met de Spaanse regering en zelfs gisteravond hebben we van de Spaanse autoriteiten de bevestiging gekregen dat het in feite om een vergissing ging die vandaag zou worden rechtgezet en dat dit dus ook zal gebeuren", aldus de minister.

Aan het eind van de dag had de Spaanse regering haar verontschuldigingen aangeboden voor de "verwarring" en gezegd dat zij op 9 juni zou overgaan tot een herziening van "het gehele document" dat het reizen met een inentingsbewijs tussen Portugal en Spanje verplicht stelt.

"Het [Spaanse] Ministerie van Volksgezondheid zelf heeft reeds meegedeeld dat men, wat het reizen over land met Portugal betreft, inderdaad terugkeert naar waar men was. Met andere woorden, er zal geen enkel soort bewijs, geen enkel soort aanvullend protocol worden verlangd buiten hetgeen reeds was gevraagd", aldus María Jesús Montero op de persconferentie na de vergadering van de Spaanse ministerraad.