Er zijn maar weinig verhalen die twee landen zo onverwacht met elkaar verbinden als dit verhaal.
In 1283 waren drie Ierse ridders op reis tijdens de kruistochten. Met hen mee, de schedel van de heilige Brigid. De geliefde beschermheilige van Ierland, die al in 524 na Christus was gestorven.
De ridders kwamen aan in Lissabon en vertrokken nooit meer. Niemand weet precies wat er gebeurd is, maar de drie ridders werden begraven in een kleine kapel in Lumiar. Het relikwie werd tussen hun bezittingen ontdekt en bij hen in de kapel gelegd.
Wat volgde was nog vreemder. Koning Dinis gaf de opdracht om het te verplaatsen naar het koninklijke klooster van Odivelas. Het bleef uit zichzelf terugkeren naar Lumiar. Twee keer. Uiteindelijk accepteerde de koning het teken. Lumiar was waar de schedel thuishoorde.
Ook al werd de kerk groter. De drie ridders liggen tot op de dag van vandaag begraven in de muren van de nu zogenaamde Igreja de São João Baptista. Een inscriptie uit 1283 markeert nog steeds hun graven.
Portugal bewaarde de relikwie meer dan 700 jaar. Pas in 2024 keerde een deel eindelijk terug naar Kildare, Ierland.
Sommige dingen vinden hun plaats en weigeren te vertrekken.
