Maar de realiteit is dieper en vooral ouder. Wat we nu meemaken is het resultaat van een model dat in de loop van tientallen jaren is opgebouwd, waarbij er een duidelijke keuze was die de markt heeft gevormd zoals we die nu kennen.

Portugal heeft ervoor gekozen om het kopen van huizen aan te moedigen in plaats van consequent te investeren in het creëren van volkshuisvesting en een gestructureerde huurmarkt. Deze strategie was op zijn tijd waardevol. Het gaf veel gezinnen toegang tot onroerend goed, stimuleerde de bouw en creëerde een bedrijf met een meerderheidsbelang. Jarenlang werkte het. Maar zoals zo vaak gebeurt, wat op het ene moment een probleem oplost, creëert later een ander probleem.

Vandaag zien we dit effect duidelijk. Met slechts een klein percentage volkshuisvesting, ver onder het Europese gemiddelde, zat het land zonder een echt evenwichtsmechanisme in de markt. Een tijd lang geloofde men dat het huisvestingsprobleem was opgelost, vooral na programma's zoals PER die reageerden op noodsituaties. Maar deze perceptie bleek een illusie. Toen de prijzen begonnen te stijgen, aangedreven door een combinatie van economische, stedelijke en zelfs mondiale factoren, en de inkomens van huishoudens achterbleven, begon het systeem zijn zwakheden te tonen.

Het resultaat is een scenario dat we vandaag goed kennen. Er zijn huizen, maar er is geen toegang. Er wordt gebouwd, maar er is geen evenwicht. En er zijn steeds meer mensen die, zelfs met een stabiel inkomen, geen oplossingen kunnen vinden die passen bij hun realiteit. Verhalen zoals die van mensen die hun toevlucht nemen tot betaalbare huurprogramma's laten de positieve impact zien die overheidsinterventie kan hebben, maar benadrukken ook dat het nog steeds op kleine schaal gebeurt.

Tegelijkertijd transformeert het grondgebied. Metropolitane gebieden blijven zich concentreren op bevolking, investeringen en prijsdruk, terwijl andere regio's achterblijven. Deze territoriale ongelijkheid is niet alleen een economisch probleem, maar ook een sociaal en structureel probleem, dat dreigt te verergeren als er geen gecoördineerd antwoord komt.

Er is ook een factor die zelden naar waarde wordt geschat in het publieke debat: de complexiteit van het systeem zelf. Bouwen in Portugal is een lang, onzeker en duur proces. Er zijn meerdere instanties bij betrokken, de regelgeving is veeleisend en de wachttijden kunnen oplopen tot meerdere jaren. Dit alles maakt projecten duurder en komt onvermijdelijk tot uiting in de uiteindelijke prijs van de huizen. Het gaat niet alleen om een gebrek aan aanbod; het gaat ook om de moeilijkheid om dat aanbod efficiënt te creëren.

In deze context is het duidelijk dat de markt alleen het probleem niet kan oplossen. Niet omdat ze niet werkt, maar omdat ze reageert op de bestaande stimulansen. En deze prikkels blijven projecten met een hogere winstgevendheid bevoordelen, die over het algemeen gericht zijn op hogere segmenten.

Misschien is dit waar het debat zich zou moeten ontwikkelen. Niet alleen over hoeveel huizen er worden gebouwd, maar over wat voor soort markt we willen hebben. Een markt waar huisvesting slechts een bezit is of een markt waar het ook een evenwichtigere sociale functie vervult. Dit betekent niet dat we het particuliere moeten vervangen, maar eerder dat we voorwaarden moeten scheppen zodat verschillende modellen naast elkaar kunnen bestaan.

Portugal heeft vandaag de kans om een deel van deze weg te corrigeren. Met meer bewustzijn van het probleem, grotere sociale druk en een context die om oplossingen vraagt, is het mogelijk om een evenwichtiger model te bouwen. Maar dit vereist consistentie, visie en vooral continuïteit in het beleid.

Want uiteindelijk is huisvesting niet alleen een economische kwestie. Het is een van de fundamenten van elke stabiele samenleving. En de manier waarop we nu handelen zal niet alleen de markt bepalen, maar ook de manier waarop we de komende jaren in onze steden zullen leven.